Profielwerkstuk
Home » Overige » Nieuwtjes

Nieuwtjes

Op deze pagina zullen wij nieuwtjes over o.a. aandacht plaatsen.

 

Je hebt nog geen categorie gekozen.

Dat er een gen bestaat dat de kans op de ziekte van Alzheimer vergroot, wisten we al. Verrassend genoeg blijkt nu dat dit gen ook voordelen kan opleveren voor de drager.

Dragers van het gen APOE ε4 hebben een grotere kans om op latere leeftijd de ziekte van Alzheimer te ontwikkelen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat dit gen op jonge leeftijd juist voordelig is bij taken die aandacht vereisen.

Snel afgeleid?

Een groep jonge deelnemers aan het onderzoek kreeg de taak om zo snel mogelijk te reageren op bepaalde stimuli, zoals een reeks cijfers of een bolletje in de linker- of rechterkant van het gezichtsveld. In sommige gevallen werden ze daarbij afgeleid: hun aandacht werd getrokken naar de andere kant van het gezichtsveld.

Deelnemers werden onderverdeeld in twee groepen: dragers en niet-dragers van het gen. De onderzoekers ontdekten dat dragers van het gen sneller reageerden en vaker een correcte respons gaven. Ook ondervonden ze minder nadeel van afleidende factoren.

Verschil in hersenactiviteit

Niet alleen in het gedrag, maar ook in de hersenen waren er verschillen tussen de groepen. Een fMRIscan liet zien dat dragers van het gen meer hersenactiviteit vertoonden in hersengebieden die belangrijk zijn voor aandacht en geheugen.

“Elk nadeel heb z’n voordeel”

De onderzoekers geven als uitleg voor hun bevindingen dat dragers van het gen op jongere leeftijd een breder aandachtsveld en een grotere aandachtspanne hebben dan normaal. De resultaten worden gezien als een bewijs voor de zogenaamde ‘antagonistische pleiotropie hypothese.’ Die stelt dat bepaalde erfelijke aspecten die nadelig kunnen zijn op late leeftijd, voordelig kunnen zijn op jonge leeftijd. Eén gen kan dus twee tegengestelde effecten hebben in verschillende levensfases.

Het onderzoek wordt begin volgend jaar gepubliceerd in NeuroImage.

Geplaatst door Lorraine Fliek

Lees meer »

Meditatie zorgt ervoor dat de hersenen anders gaan werken. Niet alleen tijdens het mediteren zelf, maar nog weken later. Nieuw onderzoek laat aanhoudende effecten zien in een hersengebied dat betrokken is bij emotie en stress.

De deelnemers aan het onderzoek volgden een acht weken-durende meditatietraining. Gemiddeld mediteerden ze ieder in totaal ongeveer tien uur. Eén groep proefpersonen bekwaamde zich in aandachtmeditatie, de andere ging aan de slag met compassiemeditatie, waarbij de focus ligt op het ontwikkelen van vriendelijkheid en mededogen. Om te zien wat het effect is van de verschillende meditatievormen op de langere termijn werden hersenscans gemaakt vóór de meditatietraining en drie weken daarna.

 

Amygdala

Daarbij letten de onderzoekers vooral op de amygdala, een hersenstructuur die betrokken is bij emotie en stress. Typisch een plek dus waar je een effect van meditatie zou mogen verwachten. Om de amygdala te activeren kregen de proefpersonen tijdens het scannen plaatjes te zien van mensen in positieve, negatieve of neutrale situaties.

In een controlegroep, met mensen die tussen de meetmomenten niet hadden gemediteerd, trad geen verschil op. Maar bij de proefpersonen die aandachtmeditatie hadden beoefend was er wel iets veranderd. Hun amygdala reageerde minder sterk op alle plaatjes. Blijkbaar het langetermijneffect van de aandachtmeditatie, waarvan bekend is dat die emotionele stabiliteit en het omgaan met stress kan verbeteren.

 

Voor het eerst

Ook bij de mensen uit de compassiemeditatie-groep vertoonde de amygdala verminderde activiteit. Behalve bij de plaatjes van mensen in negatieve situaties: die zorgden juist dat de amygdala harder ging werken dan voor de meditatie. Ook de compassiemeditatie-training had blijkbaar na drie weken nog altijd een effect op de hersenen. Volgens de onderzoekers is het voor het eerst dat effecten van meditatie op de hersenen zijn aangetoond na het mediteren zelf.

Het onderzoek werd online gepubliceerd op 1 november in Fron­tiers in Human Neuroscience

Geplaatst door Daan Schetselaar

Lees meer »

Aandacht is als een mentaal zoeklicht. Zonder je ogen te bewegen, kun je bijvoorbeeld letten op dingen in je ooghoek. Nieuwe vindingen bij apen stellen neurowetenschappers voor een raadsel: hoe wordt dat mentale zoeklicht nu eigenlijk aangestuurd?

Stel; een meter links en rechts van je beeldscherm staan twee lampjes die af en toe aangaan. Hun licht is zo zwak dat je dat vanuit je ooghoeken meestal niet ziet. Als je nu je aandacht vestigt op de linkerkant van je blikveld, terwijl je recht voor je blijft kijken, zal het je vaker opvallen wanneer het linker lampje gaat branden. Dat komt omdat je gevoeliger bent voor kleine veranderingen in het deel van het gezichtsveld waarop je je aandacht richt.

Stimulusdetectie

Vijfentwintig jaar geleden werd ontdekt hoe dat kan. De neuronen in bepaalde delen van cortex (de buitenste lagen van de hersenen) ontvangen ieder informatie uit een klein stukje van het gezichtsveld. Door je aandacht te vestigen op een bepaalde plek, zorg je dat de bijbehorende neuronen sterker op visuele prikkels gaan reageren. Daardoor worden ze gevoeliger en zijn ze sneller instaat om een stimulus te detecteren. Een prima verklaring voor het ‘mentale zoeklicht’, zou je zeggen, maar de kous blijkt nu verre van af.

Een ander deel van de hersenen dat belangrijk is voor het sturen van visuele aandacht is decolliculus superior. Wetenschappers dachten dat dat gebied ervoor zorgt dat neuronen in de cortex hun reactie op visuele prikkels versterken op het moment dat je ergens je aandacht op vestigt. Om te zien of dat klopt, schakelden wetenschappers van onderzoeksinstituten uit België en de V.S. bij twee apen de colliculus superior tijdelijk uit door een injectie met een middel dat celactiviteit remt.

Verrassing

Het effect testten ze door de apen een taak te geven: ze moesten reageren op een verandering in de richting van een bewegende stimulus in hun ooghoek. Na het uitschakelen van de colliculus superiorbleken de apen daar veel slechter toe in staat. Die bevinding sluit dus mooi aan bij wat al bekend was: de colliculus superior is nodig om de aandacht te kunnen richten op een bepaald gebied in het gezichtsveld.

De verrassing kwam echter toen de wetenschapper keken naar de veranderingen in de respons van neuronen in de cortex. Die bleken ook zonder colliculus superior hun reactie op prikkels nog net zo hard te versterken, afhankelijk van de plek waarop de aap zijn aandacht richtte. Dat mechanisme blijkt dus niet voldoende om het effect van aandacht te verklaren, gezien de slechtere testresultaten van de apen. Een andere vraag die dit onderzoek oproept: als de betrokken cortex-neuronen niet worden aangestuurd door de colliculus superior, waardoor dan wel? Het mentale zoeklicht zal de aandacht van neurowetenschappers dus voorlopig nog wel even weten vast te houden.

Het onderzoek werd op 20 september 2012 gepubliceerd in Nature.

Geplaatst door Daan Schetselaar

Lees meer »

Creatieve ingevingen komen vaak op onverwachte momenten. Die ronkende openingszin van je sollicitatiebrief of het perfecte vaderdagcadeau schiet je juist te binnen als je er helemaal niet mee bezig bent. Psychologen van de Universiteit van California hebben aangetoond dat mensen vindingrijker worden door hun gedachten de vrije loop te laten.

De wetenschappers vroegen 145 studenten zoveel mogelijk ongebruikelijke toepassingen te bedenken voor alledaagse voorwerpen zoals een tandenstoker of een baksteen. Nadat ze dat twee minuten hadden gedaan, zorgden de onderzoekers ervoor dat de proefpersonen in verschillende mate hun gedachten de vrije loop lieten. Zo konden ze zien welke invloed dat had op de creativiteit van de deelnemers als ze daarna opnieuw toepassingen bedachten voor verschillende voorwerpen. 

Eén groep kreeg in de pauze een makkelijk taakje waar weinig aandacht voor nodig is, en waarbij je snel ´afdwaalt´. Een tweede groep kreeg een moeilijke geheugentaak, waarop ze zich volledig moesten concentreren. Een derde groep kreeg 12 minuten rust en een vierde groep kreeg helemaal geen onderbreking van het bedenken van ongebruikelijke toepassingen.

Proefpersonen in de eerste groep, die in de pauze het makkelijke taakje hadden gedaan, werden daar een stuk creatiever van. Gemiddeld wisten ze 41 procent meer ongebruikelijke toepassingen te bedenken. Bij de andere groepen was er geen verschil. Simpelweg een pauze nemen leidt dus niet tot meer creatieve inzichten. Je kunt beter een klusje doen waarbij je niet hoeft na te denken waardoor je gedachten afdwalen. In dit onderzoek werkte dat overigens alleen bij voorwerpen waarvoor de proefpersonen voor de onderbreking ook al ongebruikelijk toepassingen hadden bedacht, maar niet bij nieuwe objecten. Voor extra creativiteit moet het probleem dus wel eerst ‘voorgekauwd’ worden.

Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Psychological Science.

Geplaatst door Daan Schetselaar

Lees meer »

De medicijnen helpen op de korte termijn tegen het gedrag, maar de kinderen die het slikken experimenteren vaker met drugs, raken sneller verslaafd en vertonen sneller crimineel en agressief gedrag dan leeftijdsgenoten.

Toch blijft Ritalin ook in Nederland populair zoals te zien is aan de explosieve groei in verkoop van ADHD medicijnen in de volgende grafiek:

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

De verkoop van medicijnen tegen ADHD gedrag, zoals Ritalin, blijft explosief stijgen. Volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen bedroeg de stijging vorig jaar 30 procent vergeleken met 2005, en die stijging blijft zich voortzetten. Van de ruim 200.000 gebruikers is 25 procent jonger dan tien jaar. 30 procent is volwassen, want vooral de diagnose ‘volwassen-ADHD’ wordt intensief door psychiaters gepromoot. Maar wat zijn de effecten van die medicijnen op de lange termijn? In het augustusnummer van het Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry verschijnen enkele zorgwekkende analyses.

Allereerst is hun nut beperkt, zo blijkt. Medicijnen helpen op de korte termijn om kinderen rustig te maken en te laten kunnen concentreren op (school)taken, maar na drie jaar is gedragstherapie vaak effectiever en gaat het hard achteruit met de kinderen. Kinderen die Ritalin slikken, gaan gemakkelijker experimenteren met alcohol en drugs dan hun leeftijdsgenoten. Ook het risico dat ze met de politie in aanraking komen door agressie, diefstal of ander crimineel gedrag is groter. Uit een ander onderzoek blijkt dat de medicijnen de groei van de kinderen remmen wat resulteert in kleinere hersenen waardoor de kinderen intellectueel achtergesteld raken.

ADHD is niet zo zeer een ziekte als wel een vorm van onaangepast gedrag die ouders en leraren soms tot wanhoop drijft.

De verleiding om kinderen die wat drukker zijn of slechte schoolresultaten hebben ook te behandelen met medicijnen wordt vaak erg groot. En de verslavende werking van de medicijnen speelt mogelijk ook een rol voor het feit dat het gebruik van de medicijnen explosief blijft stijgen. In de Verenigde Staten steeg het aantal gebruikers van ADHD-medicijnen nog harder. De Nederlandse Gezondheidsraad heeft geadviseerd dat de medicijnen alleen door psychiaters mogen worden voorgeschreven.

Bron: De Pers

Een andere recente studie toonde aan dat Ritalin gelijke effecten heeft op de hersenen als regelmatig cocaïne gebruik, en net zo verslavend is.

“Methylphenidate, waarvan men in de veronderstelling is dat het een onschadelijke samenstelling is, kan structurele en biochemische effecten hebben in sommige gebieden van de hersenen die zelfs groter zijn dan die van cocaïne. Verdere studies zijn nodig om de implicaties op het gedrag in kaart te brengen en om het mechanisme waarmee de medicijnen de synapse formatie aantasten te begrijpen.” zegt RU senior research associate Yong Kim, co-auteur van de nieuwe studie die gepubliceerd is in het februari 3e editie van het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences

De Nederlandse politiek maakt zich ernstig zorgen om deze gang van zaken binnen de psychiatrie.

In vragen aan minister André Rouvoet (ChristenUnie) voor Jeugd en Gezin en staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap roept  D66-Kamerlid Fatma Koser Kaya het kabinet op om deze problemen serieuzer te nemen. D66 wordt gesteund door een ruime meerderheid van VVD, PvdA, SP, GroenLinks, CDA en de SGP.

Koser Kaya:

‘Het lijkt erop dat de diagnose van een lichte psychiatrische aandoening erger is dan de kwaal. Een diagnose zou de eerste stap naar hulp moeten zijn, maar het lijkt de eerste stap naar een leven met weinig kansen en veel werkloosheid.’

Het lijkt een gevecht tegen de bierkaai, want wie anders zouden de feiten over de effecten van de medicijnen beter kunnen weten dan de psychiaters die de middelen ontwikkelen en voorschrijven?

Uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, zijn het de psychiaters die het daadwerkelijk zo willen en hun smoesjes over ‘onmacht’ en dat ze ‘niet beter wisten/kunnen’ zullen geen stand kunnen houden indien je de feiten kent.

In Groot Brittannië zijn ADHD medicijnen inmiddels verboden en de eerstelijns behandeling voor ADHD gedrag is daar nu ouders opvoedcurssussen bieden, wat veel effectiever is gebleken.

Organisaties als Stichting Balans doen er alles aan om de Nederlandse overheid te bewegen om medicijnen te blijven steunen en bepleiten financiering voor bijvoorbeeld Strattera, een zeer gevaarlijk medicijn dat zelfmoord en extreem agressief gedrag veroorzaakt (zie het Strattera schandaal).

Ze doen net alsof ADHD medicijnen de enige behandeling zijn voor ADHD gedrag bij kinderen en dat de overheid ouders laat stikken, wat absoluut niet zo is.Om enkele voorbeelden te noemen. Er is natuur therapie, die effectief is gebleken. In Zeist heeft de overheid (op initiatief van het Ministerie van LNV) nu zelfs een natuurpark speciaal voor kinderen laten realiseren, om ADHD gedrag te voorkomen.

Geplaatst door De Pers

Lees meer »

Heb je de neiging om ieder mailtje direct te openen bij ontvangst? Wordt je iedere keer onderbroken door een inkomende email? Je wordt hierdoor steeds uit je concentratie gehaald waardoor je productiviteit daalt! Help jezelf aan een betere concentratie door je email anders te beheren!

Druppelende kraan

Het grote voordeel van e-mail is dat je niet verplicht bent om meteen te antwoorden. Bij tijd en gelegenheid kun je de berichten lezen en reageren waar nodig. E-mail kan dus bijzonder veel vrijheid geven! Toch gebeurt in de praktijk vaak het tegenovergestelde.

Je krijgt constant nieuwe berichten. Het is moeilijk om niet continu je e-mail te bekijken, want stel je voor dat je iets leuks of interessants mist! Zo kan je e-mail je dagritme gaan bepalen. Je kunt hier ook slimmer mee omgaan!

Niet meteen kijken

Zodra de computer een nieuw bericht meldt, is de verleiding groot snel te kijken wat het is. Ook al ben je vaak druk bezig.
Elke afleiding haalt je uit jouw concentratie. Dat is helemaal niet nodig, want e-mail kan altijd even wachten.

Oplossing:

Om afleiding en verleiding te voorkomen, kun je de ‘er is nieuwe post’-waarschuwing uitschakelen. Je kan nu zelf bepalen wanneer jij je mail checkt.

Ik raad je aan om maximaal 3 keer per dag je e-mail te checken.

Schakel de e-mailnotificatie uit. Dat geeft meer rust!

Geplaatst door CleverIT

Lees meer »

Concentratie is lekker. Alle energie die je hebt richten op het oplossen van één probleem, het schrijven van één tekst, het afwerken van één todo-lijst, het voelt allemaal goed. Maar hoe zorg je ervoor, dat je je eigen concentratie niet tegenwerkt?



Wat verstoort jouw aandacht?

Soms zijn het niet de anderen die je lastig vallen, maar zit je jezelf in de weg. Mensen kunnen het zichzelf knap lastig maken om geconcentreerd te werken. Gelukkig valt daar wat aan te doen.

Wat is concentratie?

Concentratie is de vereniging, of samentrekking in één punt (van Dale). In dit geval gaat het om de concentratie van aandacht. Als al je aandacht op één taak is gericht, is samengebald, dan ben je geconcentreerd aan het werk.

Aandacht: het opzettelijk aan of over iets denken, het vertoeven met de gedachte bij iets.
— van Dale

Aandacht is een raar goedje. Je kunt het opsplitsen of verdelen. Je kunt bijvoorbeeld twee dingen tegelijk doen. Daar zit natuurlijk wel een grens aan. Autorijden, telefoneren, eten en kaartlezen tegelijkertijd levert spectaculair slechte resultaten op.

Echt geconcentreerde aandacht werkt als atoomkracht. Zodra je een onderwerp kiest om je aandacht op te richten, komt er meer helderheid, duidelijkheid. Het is alsof je een fotocamera scherpstelt, de lens verdraait om het juiste focuspunt te vinden voor het shot wat je wilt maken.

Door je aandacht op iets te richten zeg je ook iets over het belang van dat onderwerp voor jou. Je geeft er nadruk aan. Dat gaat ten koste van de nadruk die andere onderwerpen op dat moment krijgen.

“Everyone knows what attention is. It is the taking possession by the mind in clear and vivid form, of one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought… It implies withdrawal from some things in order to deal effectively with others.”
— William James

En het leuke is, dat je daarmee kunt spelen. Door de dag heen kun je je concentratie op verschillende dingen richten. Ze kunnen niet tegelijkertijd je volle aandacht krijgen, maar wel de één na de ander.

Vijf tips om je beter te concentreren

Als aandacht dan zo belangrijk is, wat kun je er dan praktisch aan doen om jouw eigen aandacht te concentreren?

  • Leid jezelf niet af. Ook als je heel geconcentreerd bezig bent met iets, ziet je onderbewuste soms kans om een idee over heel iets anders je bewustzijn in te schieten. De verleiding is levensgroot om daar meteen aandacht aan te geven. Niet doen! Leg een kladblok en een pen naast je, schrijf dat idee op en negeer het voorlopig. Als je een inbox of stuff-bakje hebt, is dat de ideale plek om dat soort briefjes in te dumpen.
  • Zorg voor focus: weet wat je op dat moment wilt bereiken en weet wat je daaraan wilt doen. Hierbij is een goed geformuleerde lijst met Eerstvolgende Acties een enorme hulp. Als je nog een gewone, standaard todo-lijst gebruikt, is dit een enorm winstpunt!
  • Weet wat je denkt. “Pay some attention to what has your attention,” aldus David Allen. Hoe eerder je beseft dat je aandacht niet meer zo geconcentreerd is, maar afdwaalt naar andere dingen, hoe eerder je actie kunt ondernemen. Je kunt genieten van dagdromen, maar op het moment dat je eigenlijk geconcentreerd bezig wilt zijn heb je wat meer alertheid nodig om steeds te weten wat werkelijk je aandacht heeft.
  • Doe een mind-sweep als er teveel in je hoofd ronddwarrelt. Dat kan ook erg handig zijn als je je zorgen maakt, emotioneel in onbalans bent, of je concentratie moeilijk vindt om een andere reden. Een mind-sweep kun je heel eenvoudig doen met een pen en papier: schrijf alles op wat je bezighoudt. Maak een lange lijst. Dat is alles. En het helpt meer dan je misschien denkt!
  • Let op je energie. Concentratie van aandacht vraagt energie. Als je moe bent is het een stuk lastiger. Hou daarom ook je energie in de gaten — een korte pauze tussendoor kan net die extra boost geven die je nodig hebt om nog even geconcentreerd door te werken.

Kies

Uiteindelijk draait het moderne werk om allemaal keuzes:

  1. Wat wil jij op dit moment werkelijk doen?
  2. Waar wil jij je aandacht aan schenken?
  3. En hoeveel energie wil je investeren in het ding waar je nu mee bezig bent?

Geplaatst door Life Hacking

Lees meer »

BAARN - Een klein halfuurtje langer slapen. Dat is voldoende om ervoor te zorgen dat kinderen de volgende dag productiever en minder snel afgeleid zijn op school.

Dat schrijven onderzoekers van de Canadese McGill University in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics. Reut Gruber bestudeerde 34 kinderen van 7 tot 11 jaar die geen medische, slaap-, leer- of gedragsproblemen hadden. Hun bedtijd werd gedurende een week wat vervroegd of verlaat. Ook droegen ze een horloge dat hun slaap en activiteiten meette.

De ouders en leraren van de kinderen rapporteerden aan het eind van de week hoe het overdag met ze ging.

Verbetering

Bij de kinderen die gedurende het experiment elke nacht 27,36 minuten extra sliepen, was overdag verbetering te zien. Ze waren minder impulsief, minder snel afgeleid, hadden minder driftbuien en huilden minder. Voor de kinderen die juist minder sliepen, gold juist het tegenovergestelde.

"Kleine veranderingen in de bedtijden kunnen veel opleveren. Als je bedenkt wat voor impact korte 'power naps' van vijftien tot twintig minuten hebben, kun je zien dat deze hoeveelheid extra slaap een positief effect kan hebben op het humeur, de aandacht en het welzijn", zegt Gruber.

Geplaatst door Gezondheidsnet

Lees meer »

Aandacht is al jarenlang een veelbesproken onderwerp in de psychologie. Dit artikel zal zich concentreren op visuele aandacht, en dan met name de vrijwillige visuele aandacht. Er zullen twee belangrijke, veelbesproken theorieën besproken worden en het zal eindigen me een korte beschrijving van de delen van de hersenen die betrokken zijn bij visuele aandacht.

Vrijwillige visuele aandacht

Visuele aandacht zorgt ervoor dat mensen informatie kunnen selecteren die belangrijk is voor hen en voor het gedrag dat zij uitvoeren (Munneke, 2008). Visuele aandacht kan verdekt en openlijk zijn. Verdekte visuele aandacht wil zeggen dat de ogen niet bewegen. Bij openlijke visuele aandacht bewegen de ogen wel (Moore, 2006).

Vrijwillige visuele aandacht wordt ook wel endogene aandacht genoemd. Dit wil zeggen dat de aandacht van binnenuit gestuurd word. Men wil ergens naar kijken en men kijkt hier dan ook naar.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat bij vrijwillige aandacht top-down mechanismes betrokken zijn (Moore, 2006). Dit houdt in dat er vanuit de hersenen signalen worden gestuurd naar de rest van het lichaam. Dit in tegenstelling tot bottom-up, waarbij de hersenen signalen ontvangen. Dit is betrokken bij onvrijwillige aandachtsmechanismes. Dit is bijvoorbeeld het geval als je ogen “ergens naartoe worden getrokken” zonder dat jij dit uit jezelf doet. Onvrijwillige aandacht zal hier niet behandeld worden.

De Premotor theorie van aandacht

De premotor theorie van aandacht stelt dat er eenzelfde mechanisme is voor het programmeren van oogsaccades(oogbewegingen) en spatiële aandacht(Moore, 2006). Er is heel veel verdeeldheid over deze theorie. Onder andere Rizzolatti en zijn collega’s (1987) leverden bewijs voor deze theorie. Verschillende experimenten hadden aangetoond dat een observator sneller en meer accuraat is als een stimulus verschijnt waar men hem verwacht dan wanneer deze verschijnt op een onverwachte locatie. Zelf voerden zij ook een experiment uit om erachter te komen waarom deze reactie sneller is. Dit experiment voerden zij uit met 8 mannen, allen studenten aan dezelfde universiteit, allen rechtshandig en allen konden normaal zien. Ze moesten zich richten op een fixatiepunt en er verscheen een stimulus op één van de 12 mogelijke punten rondom dit punt. In sommige trials werden bepaalde punten gecued, wat wilde zeggen dat de kans dat de stimulus daar zou verschijnen groter was. In andere trials werd niets gecued. De reactietijden werden gemeten en met elkaar vergeleken. De conclusie was dat er inderdaad sneller werd gereageerd op stimuli die op te verwachten punten verschenen (Rizzolatti, 1987). Dit is een bewijs voor de premotortheorie omdat door de cues de saccade als het ware alvast geprogrammeerd werd en hierna de stimulus verscheen. Verschijnt de stimulus ergens anders en voert men toch de geprogrammeerde saccade uit, is de reactietijd dus langer omdat men hierna alsnog de stimulus moet zoeken.

Ook Hoffman en Subramaniam (1995) vonden dat stimuli gemakkelijker gedetecteerd werden als de stimuli verschenen op een plaats waar de proefpersonen hun ogen naar wilden bewegen. Ook hebben saccades die gemaakt worden naar een aandachtstrekkende stimulus een hogere accuratesse (Kowler, 1995).

De zoeklichttheorie van aandacht

Een andere theorie van visuele aandacht is de zoeklichttheorie van aandacht. De zoeklichttheorie van aandacht vergelijkt aandacht met een zoeklicht. Deze theorie is opgesteld door Posner en stelt dat aandacht als een zoeklicht door het perceptuele veld glijdt, en dat zo de aandacht op dingen gericht word (Munneke, 2008). Als deze theorie voor waar aangenomen wordt zijn er twee mogelijke gevolgen. Het eerste mogelijke gevolg is dat aandacht met een gelijke snelheid door het veld gaat. Het tweede mogelijke gevolg is dat aandacht in een gelijke tijd beweegt, ongeacht locatie. Als we aannemen dat er een constante snelheid is zou de reactietijd op een stimulus langzamer moeten worden als de stimulus zich verder van een fixatiepunt bevind. Nemen we daarentegen aan dat de tijd waarmee men reageert gelijk is, zullen we niet zo’n relatie tussen afstand en reactie vinden (Rizolatti, 1987). Er is gevonden dat aandacht de snelheid beïnvloedt waarmee wij onze ogen horizontaal en vertikaal bewegen. Als men weet waar hij de aandacht naartoe wil of moet richten, bijvoorbeeld door instructies van een proefleider, is de snelheid groter (Kohler, 2008)

Activatie in de primaire visuele cortex

Wat gebeurt er nu eigenlijk in de hersenen waarneer wij onze visuele aandacht ergens op richtten? fMRI onderzoek heeft het mogelijk gemaakt om dit gedetailleerd in kaart te brengen. Er is veel onderzoek naar deze gebieden gedaan, bijvoorbeeld door Munneke en zijn collega’s (2008). Ook zij vonden als resultaat dat de proefpersonen sneller reageerden als de locaties gecued waren, dan op stimuli op ongecuede plaatsen. Munneke en zijn collega’s voerden ook fMRI onderzoek uit om te zien hoe de hersenen reageerden en in welke delen van de hersenen de meeste activiteit was. Zij vonden bewijs voor Posner’s zoeklichttheorie en dat het richten van de spotlight in alle visuele gebieden van de hersenen voor activiteit zorgt. Ook hebben zij onderzocht hoe de hersenen reageerden op stimuli in dezelfde, dan wel de tegenovergestelde hemisfeer waar een cue verschenen was. Tussen de cue en de stimuli zat een bepaalde tijd, variërend in lengte. Ze vonden een effect waarbij de activatie in de hersenen hoger was als cue en stimulus in dezelfde hemisfeer verschenen, de piek van activatie lag iedere keer tussen de 6-8 seconden. Deze piek was ook te zien als er 6 tot 8 seconden tussen de cue en de stimulus in verschillende hemisferen waren, maar deze piek was lager, en daarmee was dus ook de activatie lager, dan bij dezelfde hemisfeer (Munneke, 2008). 

Conclusie

Er zijn veel verschillende theorieën wat betreft aandacht en hoe wij onze aandacht op de dingen om ons heen richten. Voor veel van deze theorieën zijn ook bewijzen te vinden. fMRI heeft het mogelijk gemaakt dat er precies in kaart gebracht kan worden welke delen van de hersenen betrokken zijn bij visuele aandacht, en in welke mate



Geplaatst door Saskiab

Lees meer »

De prefrontale cortex van de hersenen is betrokken bij geheugenprocessen en het vermogen om aandachtig te concentreren. Neurowetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben aangetoond hoe en waar dat in de prefrontale cortex gebeurt. De resultaten geven inzicht in hoe de hersenen aandacht en concentratie regelen en bieden nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van geheugenproblemen bij ouderen. Het onderzoek verschijnt morgen in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Het onderzoek werd gefinancierd met een Vidi-subsidie van NWO.

Receptor voor boodschapperstof

Bij ruim een op de drie mensen zullen geheugen en concentratievermogen achteruitgaan tijdens het ouder worden. Dat komt onder andere doordat de hoeveelheid van de boodschapperstof acetylcholine in de hersenen afneemt. Acetylcholine geeft signalen van de ene naar de andere zenuwcel door. Het geheugen en concentratievermogen kan verbeteren door in de hersenen de receptor die acetylcholine opvangt en herkent te stimuleren. Op die manier worden signalen in de hersenen beter doorgegeven waardoor concentratie en geheugen verbeteren. De onderzoekers hebben in hun studie aangetoond dat een bepaald onderdeeltje van de acetylcholinereceptor essentieel is voor een optimaal concentratievermogen. Daarnaast lieten ze zien in welk deel van de hersenen dit proces plaatsvindt.

Concentratievermogen hersteld

De onderzoekers deden hun studie met muizen waarbij dat ene onderdeeltje van de receptor uitgeschakeld is. Uit een speciale aandachtstest bleek dat de muizen zich niet goed kunnen concentreren. Vervolgens plaatsten de onderzoekers met behulp van een virus het receptoronderdeeltje weer terug in een specifiek deel van de prefrontale cortex: de prelimbische cortex. Het resultaat was dat de muizen zich nu wél goed konden concentreren. Terugplaatsing van het receptoronderdeeltje in een ander deel van de hersenen, de anterior cingulate cortex, zorgde er niet voor dat het concentratievermogen herstelde. De onderzoekers hebben dus aangetoond welk onderdeel van de receptor verantwoordelijk is voor aandacht en concentratie, en ook waar in de hersenen dat gebeurt.

Betere behandeling geheugenproblemen

De resultaten van het onderzoek leveren een belangrijke bijdrage aan ons begrip van hoe aandacht en concentratie in de hersenen op moleculair niveau wordt geregeld. Deze kennis biedt bovendien aanknopingspunten waarmee na aanvullend onderzoek problemen met concentratie en geheugen tijdens het ouder worden mogelijk beter behandeld kunnen worden.

Geplaatst door Vrije Universiteit Amsterdam

Lees meer »

AMSTERDAM - De reacties van het autonome zenuwstelsel kloppen met de verwachtingen: naaktfoto's zijn opwindender dan andersoortige foto's. Finse wetenschappers van de Tampere Universiteit en de Aalto Universiteit hebben aangetoond dat de gewaarwording van naakte lichamen sneller plaatsvindt dan die van geklede lichamen. Ze publiceerden hun bevindingen deze week online in Plos ONE.

Wetenschappers wisten tot nu toe wel dat we sneller reageren op naaktfoto's en met behulp van hersenscans waren de gebieden waar de verwerking in het brein plaatsvindt ook al bekend. 

Echter er was nog niet duidelijk of het brein naakte en geklede lichamen ook daadwerkelijk op verschillende manieren verwerkt.

Zwemkledij

Aan de deelnemers van het onderzoek werden kleurenfoto's van mensen en auto's getoond. De modellen droegen dagelijkse kleren, zwemkledij of ze waren naakt. Reacties werden gemeten in het visuele deel van de hersenen door de elektrische hersenactiviteit te meten. Hierdoor konden de onderzoekers de verschillende stadia van visuele informatieverwerking waarnemen.

De resultaten toonden aan dat de hersenen in minder dan 0,2 seconden naaktfoto's verwerken, wat sneller is dan bij foto's van geklede personen of auto's.

Hoe minder kleding de modellen droegen, hoe beter de informatieverwerking verliep. De reacties bij de deelnemers waren het snelst bij volledig naakte mensen, daarna in zwemkleding en het zwakst bij volledig geklede mensen.

Seksuele signalen

Het mannelijke brein reageert sterker op vrouwelijk dan op mannelijk naakt, terwijl de hersenactiviteit van de vrouwelijke deelnemers geen verschil liet zien in de reactie op mannelijke of vrouwelijke lichamen.

Hoofdonderzoeker Jari Hietanen legt uit dat het snel kunnen verwerken van seksuele signalen mogelijk een rol speelt bij een efficiënte gewaarwording van de omgeving en het zoeken van een geschikte voortplantingspartner.

Geplaatst door Krijn Soeteman

Lees meer »

NIJMEGEN - Om goed te functioneren moet je je kunnen concentreren op wat je aan het doen bent, maar ook je aandacht daarvan losmaken indien nodig. Uit onderzoek van Martine van Schouwenburg van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat twee hersengebieden moeten samenwerken om een optimale balans tussen deze twee functies te bewaren.

Van Schouwenburg bekeek de wittestofbanen: vezelbundels die neuronen (grijze stof) met elkaar verbinden. Deze wittestofbanen verzorgen de communicatie tussen verschillende hersengebieden. 

Verbindingen

Eerder onderzoek toonde aan dat de prefrontale cortex belangrijk is voor het focussen van de aandacht, terwijl de basale ganglia vooral van belang zijn voor het verschuiven van de aandacht. Het huidige onderzoek laat zien dat deze hersengebieden nauw samenwerken tijdens een taak die een goede balans vereist tussen aandacht focussen en aandacht verschuiven.

Mensen met een sterke anatomische verbinding tussen de prefrontale cortex en de basale ganglia blijken beter in dergelijke taken dan mensen met een zwakke verbinding. Een sterke verbinding maakt het dus gemakkelijker om te focussen en om de focus te verschuiven.

Dopamine

Ook blijkt de verbinding tussen de gebieden de werking van dopaminerge medicatie te voorspellen. Bij mensen met zwakke wittestofverbindingen verhoogt dopamine de activiteit van de basale ganglia. Bij mensen met sterke verbindingen verlaagt dopamine juist de activiteit van de basale ganglia.

Dit is van belang omdat een dopaminetekort voor problemen zorgt, maar een teveel aan dopamine ook. Bij overdosering van dopaminerge medicatie kunnen bijwerkingen ontstaan zoals verslaving of hyperseksualiteit.

​ADHD

De onderzoeksresultaten zijn relevant voor psychiatrische stoornissen geassocieerd met aandachtsproblemen, zoals ADHD.

De effecten van dopaminerge medicatie bij deze patiënten zouden in de toekomst eventueel voorspeld kunnen worden met behulp van een scan van de wittestofverbindingen tussen de prefrontale cortex en basale ganglia.

Geplaatst door Gezondsheidsnet

Lees meer »

AMSTERDAM - Angst voor wiskunde kan een reactie in de hersenen teweeg brengen die lijkt op de ervaring van fysieke pijn. Het opvallende aan het onderzoek is dat de reactie die normaal door fysieke pijn veroorzaakt wordt in de hersenen, al gemeten werd vóórdat iemand een som moest oplossen en juist niet tijdens het oplossen zelf.

Om deze ontdekking te kunnen doen, plaatsten de onderzoekers 28 proefpersonen na elkaar in een fMRI-scanner, waarbij hersenactiviteit gemeten werd. De helft van de proefpersonen was geselecteerd op het hebben van rekenangst. De angstigen hadden van te voren onder andere aangegeven zich al op te winden als ze een wiskundeboek in de hand kregen, naar een wiskundelokaal liepen of er over nadachten

Yrestym

Andere standaard angst- en geheugentests hadden aangetoond dat geen van de 28 proefpersonen verder angstig in het leven stonden.

De tests die de deelnemers ondergingen, bestonden uit makkelijke en moeilijke reken- en woordtestjes. De rekentests bestonden uit sommetjes zoals (3×4)-5=7 waarbij de deelnemers moesten aangeven of het antwoord klopte. Het taalvermogen testten de onderzoekers door woorden om te draaien om vervolgens te vragen of het woord in de goede volgorde een correct Engels woord vormde, zoals yrestym, wat in dit geval omgedraaid geen goed Engels woord vormt (mytsery).

Cirkel

Belangrijk bij de taak was dat voor het tonen van de som of het woord een aanwijzing gegeven werd in de vorm van een gele (rekenen) of blauwe (woorden) cirkel. Zo kon achteraf vastgesteld worden dat denken aan rekenen of wiskunde bij sommige mensen daadwerkelijk van te voren het pijngebied in de hersenen aanspreekt.

Het werk van de psychologen ligt in lijn met eerder onderzoek. Uit dat onderzoek bleek rekenangst vaak al te ontstaan in de eerste klassen van het basisonderwijs, waar veelal vrouwelijke leraren hun rekenangst overbrengen op de meisjes.

Hierdoor vermijden meisjes vaak in het latere leven ook carrières waarin rekenen of wiskunde nodig is, legt een van de auteurs Sian Beilock uit. Verder zegt ze dat het belangrijk is om deze fobie onder ogen te zien: in plaats van mensen met rekenangst te overstelpen met huiswerk, moeten ze juist geholpen worden zich zekerder te voelen bij het onderwerp.

Geplaatst door Krijn Soeteman

Lees meer »